Kijkwijzer is Reclameverhaal
Geplaatst op Februari 17, 2004 | Gearchiveerd onder DOSSIER: De Kijkwijzer |
Woensdagochtend debatteerde de Tweede Kamer over de Kijkwijzer. De vele kritiek die de afgelopen maand op dit systeem geleverd is, hier maar ook elders in de media, was niet de aanleiding tot dit debat. Bij de invoering van Kijkwijzer, in februari 2001, werd besloten de ervaringen na twee jaar te evalueren en door de val van het eerste kabinet Balkenende ging er nog een jaar extra overheen. Begin dit jaar liet het debat zich nog aanzien als een formaliteit.
CDA, SP en ‘klein rechts’ hebben zich weliswaar altijd tegen de regeling verzet, maar vormen geen meerderheid, dus als er intussen politiek niets verschoof lag het in de rede dat de ‘positieve evaluatie’ van het kabinet, nog opgesteld onder Paars II, zou worden aangenomen en het Nicam zijn werk op dezelfde voet zou kunnen voortzetten.
Nu steeds duidelijker blijkt dat de Kijkwijzer heeft geleid tot een kwasi-gereguleerd free-for-all, dat meer weg heeft van georganiseerde misleiding dan van zorgvuldige productvoorlichting, moet Nicam alle zeilen bijzetten om niet onder curatele te worden gesteld. Enkele weken geleden werd een PR-adviseur ingeschakeld die haast dagelijks persberichten doet uitgaan waarin de lof des Kijkwijzers wordt gezongen en de kritiek naar het rijk der fabelen verwezen. De peilers onder dit verweer zijn twee rapporten: het evaluatieonderzoek in opdracht van de regering, uitgevoerd door Intomart, en een Europese studie naar de diverse film- en AV-keuringssystemen binnen de Europese Unie. Uit beide rapporten zou onomstotelijk blijken dat de Kijkwijzer uitstekend functioneert, niet lager klassificeert dan de ons omringende landen en om die reden dan ook model zou staan voor soortgelijke systemen elders in Europa.
Opmerkelijk: van alle bewindspersonen, kamerleden, fractiemedewerkers, ambtenaren en journalisten die ik de afgelopen weken over de Kijkwijzer sprak, had er niet één deze rapporten gelezen.
‘Er is een positieve evaluatie’ zegt men dan bijvoorbeeld. Als je vervolgens vraagt waar men dat vandaan heeft wordt doorgaans verwezen naar iemand van wie men dit vernom,en heeft, en als je informeert waar degene waarvan men het vernomen heeft het dan weer vernomen heeft, kom je uiteindelijk altijd terecht bij iemand die, direct of indirect, gelieerd is aan het Nicam.
Hetgeen de indruk creeert dat de weinige mensen die deze rapporten gelezen hebben, toevallig ook degenen zijn die ze geschreven hebben.
En wat blijkt?
Die rapporten zeggen iets heel anders. De feitelijke inhoud van deze rapporten correspondeert niet met de spin die die ze gekregen hebben, en die voor de meeste betrokkenen de basis van hun oordeel vormt. Dit soort onderzoekers liegen niet, nee, hun rapportage is voor 50% toegesneden op de gewenste uitkomst, de andere helft van het bedrog zit hem in de eromheen gesponnen samenvatting, de spin. De onderzoeker, die geacht wordt onafhankelijk en objectief te zijn, kan zich altijd nog beroepen op één of twee kritische alienea’s.
Een voorbeeld. In het evaluatierapport van Intomart staat dat sinds de lancering van de Kijkwijzer, die gepaard ging met een intensieve mediacampagne, de bekendheid van het verschijnsel Kijkwijzer enorm is toegenomen. Ja, dank je de koekkoek. Het valt nog mee dat er niet staat dat de bekendheid van de Kijkwijzer in 1995, toen hij nog niet bestond, nul was! Dat de naamsbekendheid van de Kijkwijzer toenam onder invloed van een grote communicatiecampagne zegt maar één ding: dat die campagne enig effect gehad heeft, en dat is wel het minste wat je ervan mag verwachten. Over de deugdelijkheid van de Kijkwijzer zelf zegt het niets.
Ook wordt beweerd dat een grote groep ouders de Kijkwijzer een nuttig instrument vinden. Kijken we naar de details van het onderzoek dan blijkt dat die vraag gesteld werd toen de Kijkwijzer nog maar net was ingevoerd en respondenten hooguit konden reageren op het idee van de Kijkwijzer, niet vanuit een eigen praktijkervaring. Met dat idee op zich is natuurlijk niets mis, integendeel, maar daar gaat het niet om, de vraag is: Deze Kijkwijzer, werkt die goed?
Stel dezelfde vraag vandaag, na diverse publicaties ind emedia over de ontoereikendheid van het systeem, en de uitkomst is ongetwijfeld anders.
Ook opmerkelijk: terwijl Intomart in opdracht van de regering de Kijkwijzer onderzocht, nam het nog een tweede opdracht aan om de Kijkwijzer te onderzoeken, dit keer van het Nicam zelf, het instituut dat men voor de regering aan het onderzoeken was. Met andere woorden: Intomart deed ‘onafhankelijk’ onderzoek naar een van z’n eigen klanten.
Alsof de belangen nog niet genoeg verstrengeld waren, worden in het regeringsrapport voortdurend gegevens gebruikt uit dat tweede onderzoek voor het Nicam zelf. ‘Uit onderzoek dat is uitgevoerd door het Nicam blijkt…’, staat er dan, ‘in hetzelfde onderzoek voor het Nicam komt naar voren…’, ‘in genoemd onderzoek is…’, ‘eveneens gebaseerd op het genoemde Nicam-onderzoek…’, ‘in het onderzoek van het Nicam…’, enzovoorts. Het wemelt ervan!
Het voornaamste bezwaar tegen de Kijkwijzer is wel getypeerd als: de slager keurt zijn eigen vlees. Hier zien we dat opnieuw: de zelfkeurende slager krijgt van één van z’n leveranciers het stempel van goedkeuring.
De appreciatie van de verplichte cursus voor ‘codeurs’ wordt weergeven in een indrukwekkend staafdiagram met torenhoge scores voor ‘mate van inspraak’ en ‘communicatie’, en het feit dat slechts 33% van de codeurs te training uberhaupt afmaakt, wordt weggemoffeld in een bijzin. Terwijl het betekend dat dit dubieuze systeem in de praktijk hooguit in één op de drie gevallen correct wordt toegepast.
Kortom: het ‘onafhankelijke’, ‘positieve’ rapport waarop het kabinet zijn voornemen baseerde om door te gaan met de Kijkwijzer, is broddelwerk en onafhankelijk noch positief.
Het kan nog erger, want intussen nam Intomart een derde onderzoek naar de Kijkwijzer aan, dit keer in opdracht van het NIZW (Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn), waarvan de directeur, Peter Nikken, een betaalde adviesfunctie vervult bij, inderdaad, het Nicam! Tot niemands verbazing was ook de uitkomst van dit onderzoek weer reuze positief, en bewees Nikken twee weken geleden braaf zijn wederdienst in de vorm van een juichend persbericht.
Ook de ‘Europese Studie’ waarnaar het Nicam graag verwijst blijkt niet te kloppen. Ruim een kwart van de bij het onderzoek gebruikte Kijkwijzer-classificaties is te hoog. De films 28 Days, Being John Malkovich, Cast Away en Coyote Ugly, om een paar voorbeelden te noemen, werden opgegeven als 12, maar staan in de Kijkwijzer-database op 6. De films American Beauty, Deep Blue Sea, Elizabeth, Eyes Wide Shut, Lethal Weapon, Scary Movie en The Cider House Rules zijn in Nederland geen 16, zoals in de studie is aangenomen, maar 12. Ook zitten er films voor 16 jaar bij de steekproef die in werkelijkheid door de Kijkwijzer op 6 zijn geklasseerd! Zoals South Park, of zelfs Alle Leeftijden, zoals Man On The Moon. Met dat soort malversaties krik je het gemiddelde natuurlijk leuk op.
‘Het Europese onderzoek waar Nicam naar verwijst laat zich moeilijk rijmen met mijn eigen steekproeven,’ schreef ik zes weken geleden. Nu weten we waarom.
Misschien is het allemaal minder verbazend dan het lijkt. Het Nicam is tenslotte de overheid niet, het is de markt, daar ging het hjuist om, en de markt kent geen feiten, de markt kent geen waarheid, de markt kent uiteindelijk alleen reclame.
Dat mag, daar is het de markt voor. Maar van overheidsbestuurders mag verwacht worden dat ze onderscheid maken tussen reclame en echte feiten. Hier gebeurt het tegenovergestelde. Hier drukt een ambtenaar zijn minister een reclamefolder in handen en fluistert hem in z’n oor dat het de feiten zijn.
Interessant. Zou heel ons land zo bestuurd worden?
Reacties
Laat een bericht achter

