Lucht nu

Geplaatst op September 13, 2006 | Gearchiveerd onder Dagblad Trouw |

wtcjumper.gif

Wat mij aan het nu verdwenen World Trade Center nog het meest bijstaat is het mannetje dat altijd op het observatiedek van Toren 2 zat, op de 107e verdieping, drie verdiepingen onder de top, een grote platte glazen doos, met 360 graden uitzicht op manhattan. Ergens langs dat glas zat een man, in een oude houten stoel. Je zag meteen dat hij niet tot de officiële staf behoorde. Je kunt nog zo je best doen, maar met drie winterjassen over elkaar een officiële indruk maken is onbegonnen werk. Ook gebreide handschoenen met afgeknipte vingertoppen helpen niet. Maar hij was niet vuil, zoals je bij een dergelijk ensemble misschien zou verwachten. Nee, alles was schoon, vanuit de diepte was zelfs iets van een fris wit boordje te zien, en zijn gezicht, hij was zwart en behoorlijk op leeftijd, glom als een langs je broek gehaalde kastanje. Daar zat hij, vriendelijk om zich heen kijkend, beschikbaar. Ik stelde hem een vraag, de eerste keer dat ik daar kwam, een jaar of vijfentwintig geleden, meegenomen door een vriend die in New York woonde. Wat ik vroeg weet ik niet meer, maar hij wist het. Ik stelde nog een vraag - antwoord. Nog een - antwoord. De officieuze, zelfbenoemde gids van observatiedek 1 op de 107e verdieping van WTC 2 wist alles. Niet alles over het World Trade Center, nee alles over wat je vanaf de top van die torens kon zien. En dat is veel. Op een heldere dag zag je de kromming van de aarde.

Ik wees naar een merkwaardige torenspits, ergens in het noorden, tussen de skyscrapers, en de zelfbenoemde gids van WTC2 dreunde probleemloos de bijbehorende trivia op. Queens, Brooklyn, Staten Island, The Bronx, waar je ook wees, wat je ook aanwees, hij wist het.
Op zo’n moment posteerde een officieel personeelslid zich discreet in zijn ooghoek om hem te herinneren aan de afspraken, die er geloof ik op neerkwamen dat hij zich diende te beperken tot het beantwoorden van vragen. Zo werkte het. Soms was hij lange tijd stil, soms had hij geluk als iemand hem eens lekker uithoorde, zoals wij die middag.

Toen ik er jaren later nog eens kwam, was de stoel verdwenen, en niemand van de suppoosten wist wat er met de zelfbenoemde gids gebeurd was. Ze werkten er allemaal nog maar net.
Dat was het mooie van dat mannetje: als je het World Trade Center binnenging, beneden, met al dat staal en glas, kunstvezel tapijt, gepolijst natuursteen, betrad je de wereld van Peter Stuyvesant. Een universum van geld, macht en glamour, een capsule van moderniteit, een wereld van louter nu en straks. Maar helemaal bovenin, op zolder, onder de antennes, zat een oud mannetje, een armoedig, onbeduidend mannetje met drie jassen, en als je langs zijn vinger in de verte keek, zag je de geschiedenis.

fubl.gif

Reacties

Reacties zijn gesloten.