De war is in ons allemaal

Geplaatst op oktober 1, 2018 | Gearchiveerd onder The Semidaily Kuitenbrouwser | Reageer

Afgelopen donderdag vond het Slotcongres plaats van het Schakelteam Mensen Met Verward Gedrag, een commissie, om dat ouderwetse woord even te gebruiken, onder voorzitterschap van Onno Hoes, die advies heeft uitgebracht aan de regering over hoe om te gaan met het verschijnsel ‘verward persoon’, of, zoals het Schakelteam ze liever noemt, ‘personen met verward gedrag’. Mij was gevraagd om een beschouwing te houden over dit intrigerende, maatschappelijke fenomeen.  Hier mijn tekst.

Geachte aanwezigen, interessant om te zien dat de zaal zo vol zit, terwijl wij hier vanmiddag spreken over niet bestaand probleem en een stigmatiserend containerbegrip dat direct zou moeten worden afgeschaft. En voor u nu denkt dat dit de gratuite mening van een columnist is, nee, nee, hier zijn gezaghebbende deskundigen aan het woord. Damiaan Denys, hoogleraar psychiatrie aan de UvA, zei vorige week in een interview in NRC: ‘Verwarde personen? Die bestáán niet. Het ís geen categorie. Het is verward gedrag dat in de openbare ruimte niet meer wordt getolereerd. Niet door burgers en niet door de politie.’ En Jacobine Geel, voorzitter van GGZ Nederland, noemt het een ‘stigmatiserende vergaarbak voor allerlei vormen van instabiliteit’, en Dr. Bauke Koekkoek, auteur van ‘Verward in Nederland’, pleit ervoor de term maar helemaal af te schaffen.Verwarrend: er is verwarring over verwarring!

Het is delicate materie, de Verwarde Mensch. Verwarring heeft ontegenzeglijk komische kanten, maar ook diep tragische. Verward gedrag kan zeer lachwekkend zijn – dan lees je in een politierapport over een half aangeklede bejaarde man met een rollator die met pijl en boog op passerende auto’s  schiet. Geef toe, Alex van Warmerdam zou willen dat hij het bedacht had.

Maar toen ik enige tijd geleden bij mijn verwarde, 81-jarige overbuurvrouw aanbelde omdat zij bij het uitparkeren met haar autootje op de onze was ingereden, en zij in de deuropening in snikken uitbarstte en vervolgens urenlang vergeefs naar haar verzekeringspapieren zocht, omdat zij die in haar verwarring telkens ergens anders opborg, in een veel te groot huis waar van de pakweg twintig lampen er welgeteld nog één brandde – dan is er geen aanleiding tot hilariteit meer. Je moet er niet aan denken dat zij een straat verderop tegen een vreemde was aangereden. De boze droom waar zij dan in was beland.

Wie zich met deze materie gaat bezighouden, belandt in een wonderlijk taaldomein. Om te beginnen mogen we dus niet ‘verward persoon’ zeggen. Het moet zijn: ‘persoon met verward gedrag.’

Fascinerend: de discussie over wat de meest correcte naam voor deze groep moet zijn, is eerder beslecht dan de discussie over de vraag of die groep überhaupt bestáát!

Het heeft iets te maken met ‘de zorgkolommen’. Ik heb geen idee wat dat zijn, overigens, maar ik begrijp van een deskundige dat het de bedoeling is dat ‘de zorgkolommen gaan trillen’. Dus ik stel mij iets voor als een Zorg-Orgel.

Ook hebben wij te maken met ‘vroegsignalering’, bijvoorbeeld door ‘bemoeizorg’. Een hulpverlener vat dat laatste begrip kernachtig samen als: ‘door de brievenbus praten’. Dat wil zeggen: van buiten naar binnen. Wordt er van binnen naar buiten door de brievenbus gesproken, dan hebben wij waarschijnlijk te maken met een ‘zorgmijder’. Of iemand die vergeten is hoe je de voordeur opendoet, dat kan ook natuurlijk. Een verward persoon wellicht?

Ik voorspel de verwarde persoon, of persoon met verward gedrag, geen lang bestaan als onderdeel van ons vocabulaire. Het bedrieglijke is dat het zo alledaags klinkt, zo herkenbaar: verward gedrag, we hebben er allemaal een beeld bij. En toch is het beleidstaal, een passe partout, een verbaal noodverband, voor zolang, tot de dokter komt voor een echte diagnose en behandeling.

Vergelijk het met dat andere ‘stigmatiserende containerbegrip voor een niet reëel-bestaande categorie’: de ‘allochtoon’. Als zoon van een Schotse moeder ben ik technisch gezien een ‘allochtoon’. Sterker: ons halve koningshuis is ‘allochtoon’, en toch bedoelen wij de Oranjes niet als wij het over ‘allochtonen’ hebben. Zoals wij het ook niet over Willem Alexander denken als een ‘uitkeringstrekker met een importbruid’.

‘Allochtoon’ is een handzaam label, maar geen eerlijke omschrijving. Het is een beleefd pejoratief, zoals ‘invalide’ of ‘mongool’.Iemand met een kleurtje die overlast veroorzaakt – dat betekent het eigenlijk. ‘Niet-westerse immigrant’, bedoelt u? Ja nee, dat zijn die brave Japanse expats in Buitenveldert óók, en wie heeft daar nu last van?

Nee, allochtonen, u weet wel wie ik bedoel.

‘Allochtoon’ is een bezweringsformule. Wij kenden het begrip in Nederland voorheen alleen als geologische vakterm, ‘allochtoon gesteente’, onderaards gesteente dat via een horizontale beweging onder een autochtone laag schuift, en die deels verdringt. Is dat geen rake angstmetafoor voor de na-oorlogse immigratie? En dat allemaal omdat de term ‘immigratie’ taboe was, want Nederland was vol en wij waren een E-migratieland. En dus spraken wij niet over de mensen die zich op de aardkorst verplaatsten, maar over de schurende tektonische platen daaronder.

Geen wonder dus dat wij nu, na een kleine dertig jaar, afscheid aan het nemen zijn van de term ’allochtoon’: de bezwering, bedoeld om het gevaar op afstand te houden, werd onderdeel van het probleem.

Zo zal het met de ‘verwarde persoon’ ook gaan, vermoed ik. Het is een bezweringsformule, maar, en dat is het lastige, tegelijk een reëel bestaand fenomeen. En die twee werken op elkaar in. De taalkunde kent de Sapir Whorf-hypothese. Kort samengevat: het denken stuurt de taal, maar de taal stuurt ook het denken. Simpel voorbeeld: als je twee volledig verschillende namen hebt voor blauw en lichtblauw, zoals in het Russisch, ga je ze ook als twee verschillende kleuren zien. De Engelsen doen dat bijvoorbeeld met red en pink, wat in veel talen één kleur is, terwijl veel Arabische talen dan weer geen onderscheid maken tussen groen en blauw.

Populair gezegd: verzin een naam voor iets en je gaat het zien.

Dat effect lijkt bij de Verwarde Persoon ook een rol te spelen. De politie introduceert een nieuwe meldcode, E33, voor incidenten rond personen met verward gedrag.  De officiële omschrijving: ‘Eenieder die vanwege zijn al dan niet tijdelijk verstoorde oordeelsvermogen gedrag vertoont waarmee hij zichzelf of enig ander in gevaar brengt en/ of een bedreiging vormt voor de openbare orde en veiligheid’.

Maar in een onderzoek van Jos Kuppens en anderen lezen we dat de melding inmiddels ook wordt gebruikt voor, ik citeer: ‘verwarde telefoontjes of verwarde verhalen bij de politiebalie’. Is dat ook al een bedreiging van de openbare orde en veiligheid? Goh. Geen wonder dat het aantal E33-meldingen toeneemt! Zo wordt zo’n meldcode een self fulfilling prophecy.Sapir-Whorf: er is een naam voor, dus wij zien het.

Terwijl de politie voortdurend protesteert tegen bezuinigingen, klaagt over capaciteitsgebrek en pleit voor meer blauw op straat, creëert zij voor zichzelf een nieuw taakveld, gebruikmakend van alarmerende statistiek, opgeblazen door ‘registratie-artefacten’, zoals men dat noemt.

De criminaliteit daalt. De politie zou dat moeten toejuichen, maar tegelijk vormt die daling natuurlijk ook een bedreiging voor haar bestaansrecht. Dus is er misschien ook iets dat érger wordt? Ja, de Verwarde Persoon rukt op! Het is een epidemie! Zo past de Verwarde Persoon perfect in een agenda voor law and order, gelegitimeerd door een beangstigend nieuw verschijnsel.

‘Verwarring’, in de ‘war’, u weet waar die termen vandaan komen. Ze zijn afgeleid van de Germaanse stam ‘werra’, voor onrust en strijd. War, warrior,  la guerre, guerilla, allemaal afleidingen van ‘werra’. Oorlog.

Daarom werkt dit frame zo goed. Daarom worden de organisatoren van dit congres al dagen platgebeld door de media, die allemaal aandacht aan dit rapport willen besteden en vechten om de primeur. De verwarde persoon is een totem.Hij belichaamt een diepe angst van de moderne Westerse mens: gebrek aan controle. De angst voor chaos.

Wij kennen geen oorlog meer, 70 jaar geleden werd het vrede, alles is onder controle, er is niets meer ‘in de war’. Of je nu op het gemeentehuis een nieuw paspoort aanvraagt of op Eurosonic op een pil uit je plaat staat te gaan, het is allemaal gereguleerd. Overal zijn regels. Voorschriften, gedragscodes, etiquette, nettiquette, benchmarks, best practices, procedures, protocollen, algoritmen, scripts. Ze zijn leuk vormgegeven, met kleurtjes en poppetjes en tekstballonnetjes, met smilies en opgestoken duimen, met nudges, gratificatie-momenten en digitale schouderklopjes, dus we voelenhet haast niet, maar ons hele leven is gereguleerd en georganiseerd. Alles kan de verzorgingsstaat voor je in orde maken – wonen, levensonderhoud, zorg, veiligheid – al die schilden zijn beschikbaar. Maar ja, als er oorlog uitbreekt in iemands hoofd, dan valt dat sociale harnas rammelend uit elkaar.

Verwarring! Oorlog! Help!

In die zin is de verwarde persoon ook een weerspiegeling van de toegenomen complexiteit van de samenleving. De wirwar, daar is hij weer, van regels en regelingen.

Die naamsverandering, van ‘verward persoon’ naar ‘persoon met verward gedrag’, maakt dit in zekere zin juist erger: eerst was het nog een soortnaam, een species, nu is het een doodgewoon mens geworden, zoals u en ik, die zich verward gedraagt!  Wij zien onszelf, achter een rollator, half aangekleed, met een pijl en boog op voorbijrijdende auto’s schieten. Dat is toch wel ongeveer het ergste dat je kan overkomen.

Wat is het script voor zo iemand, die van het script gaat? Ik keek eens op webpagina van het schakelteam, onderdeel van de website van de VNG. Daar staan, ik citeer:

‘Concrete handvatten in de vorm van bouwstenen voorzien van oplossingsrichtingen ter ondersteuning bij de opzet van een persoonsgerichte aanpak van mensen die verward gedrag vertonen.’

Dus: ‘Concrete handvatten, in de vorm van bouwstenen, voorzien van oplossingsrichtingen, ter ondersteuning, bij de opzet, van een persoonsgerichte aanpak, van mensen die verward gedrag vertonen.’

Dít is de tekst over hoe je iemand met verward gedrag moet ‘aanpakken’? Dan vraag je je af: wíe is hier nu in de war? Kent de VNG misschien ook een E33-meldcode voor tekstschrijvers met verwarde output?

Misschien moeten wij, de niet-verwarde mensen, wat eerlijker tegenover onszelf zijn, en erkennen dat verwarring echt niet alleen in het hoofd van die schreeuwende halfnaakte man of vrouw zit. Of zoals mijn bijbelvaste moeder dan zei: there, but for the grace of God, go I.

Het onderwijs, de zorg, het mediabestel: overal transformatie en transitie. Niet voor niets zijn dat de zoemwoorden van deze tijd. De digitale economie: disruptie (dat is voorbijde verwarring, dat is ontwrichting). Engeland, met Brexit: in de war. Amerika, met Trump: in de war. De politiek, met zijn versplintering: in de war. De politie zelf, met zijn oneindige reorganisaties en Ict-drama’s – in de war.

Wij levenin de war, en de war leeft in ons.

Maar wij willen het niet weten, want wij willen orde en controle. En graag een effectieve ‘aanpak’ van verward gedrag. Van een ‘schakelteam’ met een ‘eindrapportage’.

Daarom, dames en heren, zou ik willen afsluiten met een variant op die aloude slagzin van de politie: die E33 past ons allemaal.

Ik dank u wel.

 

Reacties

Laat een bericht achter