Werknemer geeft, werkgever neemt.

Geplaatst op juli 28, 2019 | Gearchiveerd The Semidaily Kuitenbrouwser | Reageer

De timmerman die deel uitmaakte van de ploeg die ons huis verbouwde heette Dirk. Dirk was een voorbeeld van wat wij vroeger thuis een ‘lucide OH’ noemden, een ouwehoer dus, maar wel een goeie.

‘Zeg Jan,’ zei Dirk dan bijvoorbeeld, terwijl hij een pasta stond te mengen om een gaatje mee te vullen, ‘jij bent toch van de taal? Leg mij dan eens uit hoe dit zit: ik geefmijn werk aan mijn baas, maar ik ben een werknemer, hij neemtmij werk, maar hij is een werkgever.’

Daar sta je dan, met je witkwast.

Of deze: ‘Een kast is kleiner dan een huis, maar een groot huis noem je ”een kast van een huis.” Dat zou dus juist een klein huis moeten zijn.’

‘Eh….’

‘Een bezemkast van een huis!’

Dan lachten we en ging Dirk zijn gaatje vullen, of wat hij precies aan het doen was. Dirkismen noem ik zulke paradoxjes sindsdien.

Van dat soort taalconstructies die niet gehoorzamen aan de grammatica zijn er zoveel, beweren taalkundigen nu, dat je je kunt afvragen of grammatica wel bestáát. De Amerikaanse linguiste Adele Goldberg is zo iemand. Dat hele Chomskiaanse idee van de taal als een soort firmware, een universele set regels waarmee we geboren worden en die we nog slechts hoeven te stofferen met het plaatselijke vocabulaire, is misschien wel onzin, stelt zij. Het kost bijvoorbeeld nauwelijks moeite om peuters zinsconstructies bij te brengen die volledig strijdig zijn met de grammatica, iets waar Chomsky’s oermodule zich toch enigszins tegen zou moeten verzetten. In een artikel in NRC Handelsblad over deze nieuwe  ‘constructionele’ taalkunde (het gaat om constructies, niet om regels) komt Dirks voorbeeld van de ‘kast van een huis’ ook weer ter sprake. ‘Een wolk van een baby’, ‘een boom van een vent’. In feite staat daar ‘een vriendin van een collega’ of ‘een boek van een kennis’ en toch weten we dat het hier niet gaat om een baby die in het bezit van een wolk is. Of neem de uitdrukking: ‘Hoe komt de zee zo zout?’ Zo zout komen, dat zou niet moeten mogen volgens Chomsky.

‘Wat doen jouw voeten daar op die bank?’

Alleen een astrante dertienjarige neemt die vraag letterlijk, het is duidelijk dat er iets anders bedoeld wordt.

Laatst had ik er weer een. Of beter mijn dochter J, die naast me in de auto zat te lezen.

‘Pap?’

‘Ja?’

‘Met ontbloot bovenlijf, dat is toch dat je van boven bloot bent?’

‘Ja.’

‘Vreemd. Ont-bloten, dat zou toch juist iets áántrekken moeten zijn?’

‘Eh…’

‘Als je iets ontmaskert haal je het masker weg, maar als je iets ontbloot, haal je niet het bloot weg, je máákt juist iets bloot.’

Geef toe, daar valt niet veel tegenin te brengen.

Ik moest aan Dirk denken. Die had er ook zo eentje. O ja.

‘Jan,’ zei hij, ‘als ik kosten maak, geef ik iets uit, maar als ik ónkosten maak, geef ik óók iets uit. Da’s toch vreemd?’

Ik denk dat Dirk de timmerman een intuïtief constructioneel taalkundige is.

 

 

 

 

 

15 miljoen mensen (not)

Geplaatst op december 4, 2018 | Gearchiveerd The Semidaily Kuitenbrouwser | Reageer

Het lijflied van de Nederlandse gele-hesjesbeweging, lees ik in de Volkskrant, is ’15 Miljoen Mensen’, een populair reclamelied van de Postbank uit 1996. Curieus dat juist dit lied nu als een ‘volkslied’ wordt gebruikt. Ik schreef er indertijd een column over in HP/DeTijd. Ik weet niet of ik het nog met alles eens ben, wat daar staat, maar met veel wel. En intussen hoor ik dat de Nederlandse gele hesjes dit lied kozen omdat zij Nederland anno 2018 zien als een land met 15 miljoen inwoners, dat wil zeggen ongeveer 3 miljoen minder dan het er op dit moment zijn – de indringers, de vreemdelingen. Anderen ontkennen dit weer – het is onduidelijk. Enfin die HP-column van toen:

Het wordt beschouwd als een van de grootste prestaties van een reclamebedenker: als zijn werkstuk niet alleen bestaansrecht heeft als reclame, maar ook als culturele bijdrage. Wanneer iemand die in de tram per ongeluk jouw paraplu pakt `Foutje, bedankt’ zegt, of wanneer veertigduizend mensen in Stadion Galgenwaard bij een concert van Prince spontaan `Olé, olé, Mora Kipsaté’ gaan zingen. Reclame die zichzelf vereeuwigt. Zoiets wilde de Postbank ook wel, en dus belden ze Fluitsma & Van Tijn, componisten van vele Nederlandse hits (‘Ademloos’ van Linda, Roos & Jessica bijvoorbeeld, een puike popsong, overigens)  en een van de beste copywriters van Nederland, Frank Pels, om een Postbank-lied te schrijven.
Het lukte. Het lied sloeg aan, binnen een paar weken lag het als single in alle platenwinkels en beklom het de hitlijsten.

Het heet `Vijftien Miljoen Mensen’.

De tekst:

Land van duizend meningen
Het land van nuchterheid
Met z’n allen op het strand
beschuit bij het ontbijt

Het land waar niemand zich laat gaan,
Behalve als we winnen
Dan breekt acuut de passie los,
Dan blijft geen mens meer binnen

Het land wars van betutteling
Geen uniform is heilig
Een zoon die noemt zijn vader Piet
Een fiets staat nergens veilig

Vijfien miljoen mensen
Op dat hele kleine stukje aarde
Die schrijf je niet de wetten voor
Die laat je in hun waarde
Vijftien miljoen mensen
Op dat hele kleine stukje aarde
Die moeten niet het keurslijf in
Die laat je in hun waarde

Het land vol groepen van protest
Geen chef die echt de baas is
De gordijnen altijd open zijn
De lunch een broodje kaas is

Het land vol van verdraagzaamheid
Alleen niet voor de buurman
De grote vraag die blijft altijd
Waar betaalt’ie nou zijn huur van?

Het land dat zorgt voor iedereen
Geen hond die van de goot weet
Met nassiballen in de muur
En niemand die droog brood eet!

Vijftien miljoen mensen,
etc.

Sommige reclamemakers hebben zo veel talent dat je je afvraagt waarom zij het gebruiken om kattenbrokjes of poedersoep te verkopen, maar dat in Frank Pels een naoorlogse Louis Davids verloren is gegaan, daar hoeven we geloof ik niet bang voor te zijn.
`Groepen van protest’ – zelfs voor een Sinterklaasgedicht is dat een wat magere oplossing. En onnodig, `actiecomité’s’ past precies.
En die mensen die `niet meer binnenblijven’ vanwege de `accuut losbrekende passie’ – ook geen lesmateriaal voor een poëziecursus.
“Dit is de radionieuwsdienst, verzorgd door het ANP. In Amsterdam is vanavond accuut de passie losgebroken. Er bleef geen mens meer binnen.”
Maar goed, waar het om gaat is de inhoud.
Een mix van moet-kunnen-sentiment, deugdzame zelfvertedering, well-to-do borrelpraat en voetbalpopulisme, overgoten met multiculturele Coca-Colastroop, ja, het is een duivelse cocktail die de Postbank ons hier voorzet.
Dat `keurslijf ‘bijvoorbeeld, wat zou de dichter daarmee bedoeld hebben? Nederland? Keurslijf? Waar dan? De enige situatie waarin ik wel eens het gevoel heb dat ik een keurslijf wordt gedrongen is, eh, nou, eigenlijk alleen als ik in de rij sta bij de Postbank. Eén stap over de rode streep en de Postbanklokettist tikt vermanend tegen het kogelvrije glas. Eén week te lang rood er er hangt iemand aan de telefoon die wil weten wat er aan de hands is, en je herinnert aan de regels. Keurslijf? De Postbank heeft het uitgevonden!
Nee, de Postbank is een menslievende, anarchistische organisatie waar ze tégen keurslijven zijn en en vóór zitten het gras, toegestaan of niet.
En dat er in Nederland ‘niemand droog brood eet’, hoe komt Pels daarbij? Omdat er nasiballen in de muur liggen? Zoals bekend denken kleuters vaak dat de ijscoman zijn ijsjes gewoon uitdeelt; ze weten nog niet precies wat kopen is. Het ene kind ontwaakt wat eerder uit die illusie dan het andere, maar bij Frank Pels is het misverstand wel érg lang blijven hangen! Hij denkt kennelijk dat je het voedsel achter die kleine glazen klepjes in de automatiek gewoon kunt pakken als je honger hebt. Ja, dan ben je natuurlijk wel gek als je droog brood eet.

En dat in dit land ‘niemand zich laat gaan’ behalve bij een voetbalwedstrijd, waar haalt de schrijver dat vandaan? Waar zouden al die stille tochten dan toch vandaan komen? Al die waxineprocessies en teddybeerofferandes, omdat er weer eens iemand doodgeschopt is zonder enige reden. Land van korte lontjes, zou ik zeggen, wat aardig rijmt op ‘wildschijtende hondjes’.

Deze tekst, schat ik, is het werk van een man die ergens buiten woont, in een vrijstaand huis, omheind door een stevig hek, voorzien van een duur alarmsysteem. Zijn auto staat warm en beveiligd in de garage, ook op kantoor, zodat hij maar zelden door de stad loopt, behalve tijdens zijn wekelijkse bezoek aan het winkelcentrum, met zijn vrouw. Dan ziet hij bij de Febo de gratis kroketten en nasiballen achter de ruitjes ziet liggen en denkt bij zichzelf: sjongejonge, wij hebben het toch maar goed. Hij glimlacht om de resten van een roze damesfiets, schilderachtig bungelend in een lantaarnpaal, en denkt: jasses, wat zou het toch jammer zijn als de fietsen in dit landje veilig op slot stonden. Hij ontwijkt nog net op tijd een hondendrol en grapt vertederd tegen zijn vrouw: `Zelfs de honden weten in dit prachtige land niet van de goot’. Hij geniet van het gevarieerde, informele straatbeeld, en denkt: snotverjume, wat zou het eeuwig zonde zijn dit alles in een keurslijf van wetten en regeltjes gepropt werd. Wat zou ons wekelijkse uurtje alledaags Nederland dán saai worden!

Dat is het Nederland dat hier bezongen wordt. Het Nederland waarin je altijd zwart staat, en elk moment de deur van je villa achter je kan dichtrekken. Dat je als bank soms gewoon glashard nee moet zeggen tegen die bijstandsmoeder die een ‘pee-elletje’ nodig heeft om de wasmachine te laten repareren, dat is het probleem niet, dat hoort er allemaal bij, dat weten wij echt wel, maar is het niet een beetje schijnheilig, wat zeg ik, schaamteloos, om te doen alsof zulke mensen überhaupt niet bestáán? Alsof in dit retegave land de nasiballen gewoon voor het grijpen liggen?
De schrijver van dit lied zou misschien eens een paar maanden op een GDH-woning in Oost gezet moeten worden, met een uitkering en een standaard Postbankrekeningetje. Het lied wat hij dán schrijft, dat wil ik wel horen.

YouTube Preview Image

 

 

ZOJUIST VERSCHENEN: ‘DATADICTATUUR’

Geplaatst op oktober 18, 2018 | Gearchiveerd The Semidaily Kuitenbrouwser | Reageer

In ‘Datadictatuur’ onderzoek ik in hoeverre het internet zijn belofte heeft waargemaakt van ‘machtsvrije publieke ruimte’, een begrip gemunt door de Duitse filosoof Jurgen Habermas, als een wezenlijke voorwaarde voor een gezonde democratie. Als beginnend journalist met belangstelling voor technologie was ik begin jaren tachtig getuige van de uitvinding en opmars van het internet. In ‘Datadictatuur’ reconstrueer ik hoe het zich sindsdien ontwikkelde, van een funky tegencultuur van nerds en geeks tot het centrale zenuwstelsel van de wereld en het grootste economische machtsblok aller tijden. En tot een allesbehalve ‘machtsvrije’ publieke ruimte, die zich in hoge mate onttrekt aan de beschavingsnormen van de ‘normale’ wereld. Een systeem dat onze privacy niet respecteert, ons niet beschermt tegen verbale terreur en pesterij, heimelijk onze gedachten manipuleert en economische sectoren ontwricht. Hoe heeft het zover kunnen komen? En: wat kunnen wij eraan doen? Dat zijn de de vragen waarop ‘Datadictatuur’ het antwoord geeft.

‘Datadictatuur’ is het boek over het internet dat u wél uitleest. Waarna u nooit meer met dezelfde ogen naar dat beeldscherm kijkt.

Koop het in een brick-and-mortar boekenwinkel

https://www.scheltema.nl

https://www.athenaeum.nl

https://www.libris.nl/voorhoeve

https://www.libris.nl/broese/

Of anders hier:

https://nrcwebwinkel.nl/catalogsearch/result/?q=kuitenbrouwer

https://www.bol.com/nl/p/nieuw-licht-datadictatuur/9200000099879669/

Voor interviews: Uitgeverij Prometheus, Jan van Helden, afdeling promotie 0651875682 

https://uitgeverijprometheus.nl

Voor optredens, lezingen, voordracht, workshops, etcetera:

De SchrijversCentrale:

https://www.deschrijverscentrale.nl/auteurs/13547

Kuitenbrouwer Woorden Die Werken: hetty@woordendiewerken.com 0612984261

 

 

De war is in ons allemaal

Geplaatst op oktober 1, 2018 | Gearchiveerd The Semidaily Kuitenbrouwser | Reageer

Afgelopen donderdag vond het Slotcongres plaats van het Schakelteam Mensen Met Verward Gedrag, een commissie, om dat ouderwetse woord even te gebruiken, onder voorzitterschap van Onno Hoes, die advies heeft uitgebracht aan de regering over hoe om te gaan met het verschijnsel ‘verward persoon’, of, zoals het Schakelteam ze liever noemt, ‘personen met verward gedrag’. Mij was gevraagd om een beschouwing te houden over dit intrigerende, maatschappelijke fenomeen.  Hier mijn tekst.

Geachte aanwezigen, interessant om te zien dat de zaal zo vol zit, terwijl wij hier vanmiddag spreken over niet bestaand probleem en een stigmatiserend containerbegrip dat direct zou moeten worden afgeschaft. En voor u nu denkt dat dit de gratuite mening van een columnist is, nee, nee, hier zijn gezaghebbende deskundigen aan het woord. Damiaan Denys, hoogleraar psychiatrie aan de UvA, zei vorige week in een interview in NRC: ‘Verwarde personen? Die bestáán niet. Het ís geen categorie. Het is verward gedrag dat in de openbare ruimte niet meer wordt getolereerd. Niet door burgers en niet door de politie.’ En Jacobine Geel, voorzitter van GGZ Nederland, noemt het een ‘stigmatiserende vergaarbak voor allerlei vormen van instabiliteit’, en Dr. Bauke Koekkoek, auteur van ‘Verward in Nederland’, pleit ervoor de term maar helemaal af te schaffen. Lees verder

Het deugconcours

Geplaatst op mei 25, 2018 | Gearchiveerd The Semidaily Kuitenbrouwser | Reageer

UIT HP-DE TIJD, DECEMBER 2003

Wat ik Nederland het liefste toewens voor 2004 is helaas onmogelijk: een andere Tweede Kamer. Geen betere garantie voor het aanblijven van een kabinet dan een coalitie-minderheid in de polls, maar goed, het kabinet zóu kunnen vallen, dan komen er verkiezingen, dan krijgen we een nieuwe Tweede Kamer, maar veel zal die niet van de huidige verschillen. Het kleurrijke smaldeel LPF zal worden ingeruild voor het waarschijnlijk even kleurrijke en iets minder smalle deel Wilders, een aantal veteranen zal worden opgevolgd door nieuwkomers, en juist die combinatie, van ongeleid rondfladderende lawaaipapegaaien en achter elke camera en microfoon aan rennende politieke pups, maakt de huidige Kamer tot wat hij is. Lees verder

volgende pagina »