Wilders ís helemaal geen politicus

Geplaatst op september 11, 2019 | Gearchiveerd onder The Semidaily Kuitenbrouwser | Reageer

(VERSCHEEN OORSPRONKELIJK IN NRC HANDELSBLAD MAART 2014)

Het is geen ongewoon tafereel dat een lid van de Amerikaanse senaat met zijn rollator door de vergaderzaal schuifelt. Iedereen wacht geduldig tot de suppoosten hem achter spreekgestoelte getild hebben, hij zijn zakken aftast naar het papier van zijn speech, zijn leesbril trillend op de neus plaatst, een slokje water neemt, nog even naar zijn tekst tuurt en dan eindelijk het woord neemt. De 25 langst dienende Amerikaanse senatoren: de lijst gaat van 51 naar 35 dienstjaren en de kampioen, de democraat Robert C. Byrd, zwaaide nog maar onlangs af. Het Nederlandse record – 44 jaar –  werd gevestigd in 1946. Het gemiddelde in de huidige Tweede Kamer is een kleine vier jaar, recordhouders zijn Mariëtte Hamer, Harry van Bommel en Kees van der Staay, met bijna 16 jaar.

Waar zou dat verschil vandaan komen? Amerika heeft een districtstelsel: een volksvertegenwoordiger heeft een achterban. Kiezers die hem (m/v) naar de hoofdstad gestuurd hebben om hun belangen veilig te stellen. Als hij daar eenmaal zit hoeft hij geen extreme dingen meer te roepen en de talkshows af te lopen, hij moet regelen wat hij beloofde te gaan regelen. Doet hij dat niet, dan sturen ze de volgende keer zijn concurrent, met min of meer dezelfde missie. Logrolling, porkbarrels, bringing home the bacon, niet voor niets gaat het in de Amerikaanse politiek zo vaak over gevulde magen en een winddicht huis.

Ooit werd die districtsfunctie in Nederland vervuld door een uitgekiend stelsel van politieke machtsverdeling, ook wel de ‘zuilen’, maar sindsdien worden de ‘middelpuntvliedende krachten van de levensbeschouwelijkheid’ (Lijphart) niet meer beteugeld, losten de zuilen goeddeels op in het niets en hebben Kamerleden geen achterban meer, ook geen indirecte. Ze nemen hem niet mee als ze aantreden en ze blijven te kort aan als volksvertegenwoordiger om er een op te bouwen. Waar zij op beoordeeld worden is hun succes in de media, zij moeten voortdurend vechten om aandacht en dat zijn dus de vaardigheden waarop zij geselecteerd worden. Wat zij hebben is stagecraft. De X-factor. Zij worden ‘gecast’ voor een rol op het Haagse toneel, om het ‘geluid’ en het ‘plaatje’ dat zij kunnen bijdragen aan het ensemble. De Tweede Kamer als talentenjacht.

Maar entertainment is iets anders dan politiek. Het belangrijkste verschil is dat een artiest geeft en een politicus belooft. Artiesten wekken verwachtingen, maar hebben nooit een schuld. Politici willen eerst iets hebben – aandacht, stemmen, macht – en daar beloven zij ons iets voor terug. Een artiest die niet geeft nemen wij niets kwalijk, die vergeten we gewoon. Een politicus die niet geeft, vergeten we niet. Die krijgt pek en veren. Kunst en politiek zijn lastig te combineren, zie bijvoorbeeld Bono, die een goede popartiest was tot hij aan politiek ging doen en geen goede politicus werd omdat hij een popartiest is. De gever belooft en de belover geeft.

‘De kiezer waardeert nóg niet wat wij voor hem doen’ – wij hebben het Hans Spekman en Diederik Samsom de afgelopen maanden honderd keer horen zeggen. Het probleem in een notendop! Iets anders kúnnen ze niet zeggen. Zij hebben een schuld en een schuldenaar vraagt om respijt. Geduld. In deze tijd – ha!

Of neem de lotgevallen van Pieter Hilhorst. Wethouder Asscher krijgt de kans om door te schuiven naar een groter podium, zijn plaats komt vrij, maar geen nood, hij heeft al een nieuw talent op het oog. In overleg met Diederik Samsom cast hij hem als understudy en lanceert hem als opvolger: Pieter Hilhorst. A star is born. Pieter heeft geen district, geen achterban, geen ervaring en geen machtspositie. Het enige dat Pieter heeft is ambitie, talent, een leuk ‘naturel’, en enige bekendheid van televisie. Stagecraft. Oké, zegt het publiek, ga maar zingen. Maar Pieter heeft z’n jaar niet, Pieter kan de druk niet aan, Pieter had een nummer moeten kiezen dat beter bij zijn stem past, dus er komt niets van zijn optreden terecht. Geen van de rode stoelen komt in beweging. De politieke recensenten zijn vernietigend. Een flop! De producenten Asscher & Samsom halen hun schouders op. ‘Tja, wij zagen wel wat in hem, maar…. het komt er niet helemaal uít! Jammer.’ Het podium begint te draaien, er klinkt een valse scheepstoeter of het gehinnik van een paard, en de afgang is een feit. Next!

Het eerste dat tv-makers ‘s ochtends doen is hun kijkcijfers van de vorige avond opzoeken. Wat was het marktaandeel? En, ander belangrijk criterium: waar gaat het gesprek bij de koffiemachine over? Voor de politiek geldt hetzelfde. Want waar de mensen over praten, het ‘gesprek van de dag’, daar willen de media het over hebben. En de politiek dus ook.

Direct na Geert Wilders’ optreden op de Haagse verkiezingsavond – ‘Minder, minder!’ – barstte de discussie los: vertolkte hij daarmee nu wel of niet een reëel bestaand gevoelen onder de bevolking? Maar dat is de vraag helemaal niet. Er is geen land op aarde waar een willekeurige politicus niet op een willekeurig moment jegens een willekeurige minderheid een beangstigende hoeveelheid haat kan oproepen. Een Hutu warlord kan het met Tutsi’s doen, een Panamese gouverneur met kruideniers, een Tsjechische burgemeester met langharigen en een Noorse landdrost met Zen-boedhisten – het doet er niet toe, zolang er maar een mediasysteem is dat hen spreektijd geeft. Geef mij een microfoon en een minderheid en ik geef u een bloedbad. Dat is geen politiek, dat is biologie.

Nog steeds denken veel intellectuelen dat het populisme de stem van een genegeerde, misdeelde klasse is, de ‘slachtoffers van de globalisering’ of iets dergelijks, maar ik geloof daar niets van. Het populisme is een communicatiestrategie, een ‘spreekregime’ zoals de Vlaamse taalkundige Jan Blommaert het noemt. Een middel tot de macht. Waarom werd het niets met de eerste voorlopers van Wilders, Glimmerveen, Janmaat? Geen spreektijd. Waarom krijgt Wilders die wel? Omdat Wilders van alle moderne politici het best is aangepast aan de nieuwe, neoliberale mediacultuur, waarin alles draait om marktaandeel en rendement. Om show! De wetten van het entertainment. De politiek is verhuisd van het forum naar de arena – in Rome is het maar een paar honderd meter. Wie deze cultuur miskent sneuvelt, wie hem begrijpt maakt furore.

Sinds Wilders in 2005 de PVV begon zijn alle Nederlandse partijen van leider gewisseld. Wilders heeft een relatief lange levensduur want hij schaakt op het juiste bord. Hij geeft het systeem wat het ’t liefste eet.  Veel andere politici begrijpen het half: stagecraft, je moet aan je stagecraft werken! Mediatraining, snappy tekstschrijvers, stijladviseurs. Maar zij miskennen de wezenlijke grens die ze daarmee passeren: zij worden een entertainer. En een entertainer moet niet beloven, maar géven. Maar zij geven niets, of te weinig. En dan gaat de slijtage snel.

Maar Geert Wilders belooft toch ook alleen maar? Ja en nee. Politici houden van het woord ‘droom’. Maar altijd haasten zij zich eraan toe te voegen dat zij die ‘droom’ ook echt gaan realiseren. Waarmee zij het woord de facto devalueren tot een eufemisme voor ‘ambitie’. Is de essentie van een droom niet dat hij geen werkelijkheid kán worden? Daarom zijn de ‘dromen’ van politici ook vaak zo saai en obligaat: het zíjn helemaal geen dromen, want ze moeten sporen met een beleidsagenda. Ze worden doorgerekend op haalbaarheid door het CPB.

Wilders deed even half mee aan een kabinet, maar was dat een belofte? Verwachtten zijn kiezers werkelijk dat hij, behalve met verve de kritische gedoogpartner spelen, iets zou gaan doen? Wat zou dat dan zijn? Het vergezicht dat Wilders ons voorspiegelt, is dat ook maar enigszins realiseerbaar? Nee, Wilders’ droom is een échte droom: fantastisch en irreëel. Een sprookje zonder logica en consistentie, uit een wereld zonder zwaartekracht en tegenwind. Een fictie – het werk van een kunstenaar.

Wilders is een artiest, en dit was zijn nieuwste werk. Perfect getimed, perfect gelanceerd, en een enorme hit.

‘Willen wij meer of minder Marokkanen?’ riep hij.

‘Minder, minder!’ scandeerde zijn publiek. De natie ontplofte.

Zelf was ik het meest geschokt door het zinnetje dat daarna kwam: ‘Dan gaan wij dat regelen.’

Oeps. ‘Regelen’? De PVV regelt minder Marokkanen? Ik denk dat Wilders even last had van een oude Haagse reflex, van toen hij nog in de VVD-fractie zat. Toen hij nog politicus was. Minder Marokkanen, hoe zou Wilders dat willen ‘regelen’? Gaan ze de beroemde Chinese kunstenaar Liou Bolin inschakelen, die mensen zo beschildert dat je ze niet meer ziet, omdat ze wegvallen tegen hun achtergrond? Of moeten Marokkaanse Nederlanders binnenkort zo’n geel nummer aan hun oor, en dan de even en oneven nummers om beurten de straat op, zoals de auto’s in Parijs als er te veel smog is?

Pas op, Geert, onthóud dat nou: je bént geen politicus! Je bent een performer, een mediaster, een artiest. Niets beloven, alleen maar geven.

Geven, geven, geven. Dát is je geheim.

Kun je heel oud mee worden. Kijk naar Sinterklaas.

Reacties

Laat een bericht achter