Upgraducation

Geplaatst op juni 20, 2007 | Gearchiveerd onder Geen categorie | Reageer

Met zijn Napoleoneske ambities heeft Kees Van der Hoeven heeft het imago van Albert Heijn destijds een deuk toegebracht, maar al met al neemt de grootgrutter in onze nationale psyche toch een behoorlijk warm plekje in. Dit mede doordat Albert Heijn niet alleen te boek staat als kruidenier, maar ook als pedagoog, als opvoeder. Albert Heijn leerde Nederland sherry drinken, Albert Heijn hielp Nederland aan de wasmachine, Albert Heijn bracht ons de kiwi, de kumquat en de paksoi, Albert Heijn maakte van ons gastronomische wereldburgers. Het zal wel waar zijn. Dat van die sherry heb ik als kind van dichtbij zien gebeuren. De advertenties, de flessen, de opwinding en, uiteindelijk, de vanzelfsprekendheid.

Laatst stonden mijn vrouw en ik te koken. Tussen ons in stond zo’n plastic bak Roma-tomaten. De smakeloze stuiterbal die het Westland als kastomaat aan de man brengt beviel ons al jaren niet, dus toen Albert Heijn luxe soorten in het assortiment opnam die tot dan alleen bij de specialist te koop waren, eerst de Italiaanse pomodori, ook wel roma, later de trostomaat, kochten wij voortaan die, al zijn ze flink duurder.
Ik sneed zo’n roma in vieren, gaf mijn vrouw een kwart en stak er zelf ook een in m’n mond. Al kauwend keken we elkaar aan. Die roma’s zijn eigenlijk niet lekker meer, constateerden we gelijktijdig. De roma-tomaat van nu smaakt ongeveer zoals de Westland-stuiterbal van toen! Kortom: tomaat-kwalitatief zijn we weer terug bij af, zij het voor bijna twee keer de prijs.

Of neem brood. Vergelijk het goedkoopste Albert Heijn-brood met het duurste. Het prijsverschil is enorm, het kwaliteitsverschil miniem. Want Albert Heijn brengt ons natuurlijk geen Franse baguette, Albert Heijn brengt ons Hollands fabrieksbrood in stokvorm, voor de prijs van een baguette. En we kopen dan misschien niet meteen de meest luxe variant, maar dan toch die daaronder. Het is de psychologie van de wijnkaart: niemand wil de goedkoopste fles nemen, de duurste is wel erg duur, dus het wordt die ene in het midden.

Zo werkt het. Een kleine bovenlaag van de klanten wil een betere tomaat. Die introduceer je, en in je advertenties en je veelgelezen huisorgaan begin je een campagne om de gewone tomatenklant te verleiden hem ook eens te proberen. Voor de Westland-chauvinisten en de tomaat-xenofoben introduceer je ook nog een inheemse luxesoort, de ‘trostomaat’ . De gewone tomaat, ooit een luxe op zich, is nu de poor man’s tomato geworden. Intussen begint stilaan de verwording van het luxe-product. De vraag wordt groter en groter, de productie moet sneller, en iets meer winst per unit kan ook geen kwaad, dus… beetje meer kunstmest, beetje meer anabole steroïden, beetje meer insecticide, enzovoorts. De uiterlijke kenmerken blijven, die plastic bak, die pruimvorm, die wat valere kleur, maar de smaak, waar het eigenlijk om ging, sijpelt langzaam weg.

Het zou me niets verbazen als Albert Heijn binnenkort een nieuwe luxe toptomaat introduceert. Duurder dan de tros- en de roma natuurlijk, en ‘nóg lekkerder’. De Westland-stuiterbal gaat er dan misschien wel helemaal uit. Dan is de ‘opvoeding’ geslaagd: heel Nederland aan de culi-tomaat. Dat is nog eens marketing: de consument omhoog laten lopen over een roltrap die naar beneden gaat.

Misschien dat Albert Heijn de Nederlandse consument best een beetje opvoedt, maar wat Albert Heijn vooral erg goed kan is de consument opwaarderen.

Reacties

Laat een bericht achter