De paradox van de traditie

Geplaatst op juli 26, 2007 | Gearchiveerd onder Geen categorie | Reageer

Vrienden van vrienden hebben een huis in het zuiden van de Bourgogne, in de buurt van Charrolle, waar het Charolais-vlees graast. Een oude boerderij, met een enorme stal ernaast. Zij, die vrienden van vrienden, waren tien jaar geleden de eerste vreemdelingen die kwamen. De boer was oud, zijn kinderen waren in de stad gaan wonen en hadden geen interesse in de opvolging – het overbekende verhaal van de ontvolking van het Franse platteland. Van alle ontvolking waarschijnlijk, waar ook ter wereld. Inmiddels zijn het er drie of vier: tweede huizen van Nederlanders en Fransen uit de grote stad. Ze staan niet altíjd meer leeg en ze worden onderhouden, dat is het voornaamste verschil. In de keuken hangt een groepsfoto, een mooie panoramische opname, de vallei als decor. Een grote familie, denk je eerst, bij de honderdste verjaardag van opa, of de jubileumfoto van een bedrijf, maar het is volledige bevolking van het dorp. Zou dat 50 jaar geleden ook bestaan hebben? Fotografen die rondreizen met bankjes en tribunes om dorpsbevolkingen te vereeuwigen? Of is het vastlegging voor het te laat is? Kijk nog eens en het is weg. Maak diezelfde foto over twintig jaar en je hebt een typologie van de tweede-huis bezitter. De Parijse jup zonder tuin, de Nederlandse kunstschilder die cursussen geeft, de zakenman met provence-dromende echtgenote, de doe-het-zelver die aan zijn pensioentje klust.
Het huis is nogal somber, de locatie is schitterend. Het uitzicht, zou je haast zeggen, maar dat is het net: er zijn vrijwel geen ramen om er naar te kijken.

We huurden ooit een huis in Andalusië, aan de Zuid Spaanse kust, een recente, in traditionele stijl gebouwd villa. In de zuidgevel die een adembenemend uitzicht hadden kunnen bieden op de uitlopers van de Sierra Nevada en daarachter de Middellandse zee, zat slechts een dunne gleuf waar je bij onraad een musket doorheen kon steken. Bouwvoorschriften, zei de agent. Ze willen het hier en beetje in stijl houden.

Niemand wil nog boeren, iedereen wil recreëren, maar dat moet dan wel gebeuren in de architectuur van de boer, die zich daar bij uitstek niet voor leent. De prototypische boerderij en het prototypische vakantiehuis verhouden zich ongeveer tot elkaar als foto tot negatief. Een boer is de hele dag buiten en wil als hij thuis is ook echt bínnen zijn. Hoezo naar buiten kijken? (‘Uitzicht’ is een jong woord.)
Voor de moderne recreant is het precies omgekeerd; die zou het liefst een enorme glazen doos in dat landschap zetten, op een stoel gaan zitten en om zich heen kijken.
Maar dat mag dus niet.

De agrarische levensstijl wordt door jonge Fransen massaal de rug toegekeerd, maar de Franse overheid legt hem evenzogoed dwingend op aan de mensen die in die lege hoeves iets heel anders kwamen doen.
Waar je ook kijkt, of het nu oud is of pas gebouwd, alles wat je ziet is van dezelfde traditionele architectuur. (Nieuw en oud vaak nauwelijks van elkaar te onderscheiden.) Ga naar een BricoMarche of zo’n soort Franse bouwmarkt en de keus uit goedkope, massagefabriceerde traditionele dakpannen, regenpijpen, plavuizen, gevelijzers en what have you is verbazingwekkend.
Zo doen wij dit, dat is nu eenmaal zo.

We reisden door, naar de Vaucluse. In Vaison La Romainee, een oud vestingstadje aan de Ouveze, bezochten we het Romeinse Theater, gebouwd in ….. en nog steeds in gebruik, s‘zomers onder andere voor een moderne dans-festival. Bij het kaartenkantoor staat een bronzen buste van Pierre Contard, die leefde van 1920 tot 1991. Geen idee wie hij was en waarom hij daar vereeuwigd werd, maar wat me opviel was het onderschrift. Pierre Contard word herdacht als ‘mainteneur des traditions’.
Handhaver van tradities.

Zou dat in Nederland denkbaar zijn, een borst- of standbeeld, een plaquette desnoods, of een gevelsteen, een eerbetoon, in welke vorm dan ook, aan een ‘handhaver van tradities’? Ik kan het me moeilijk voorstellen. Vraag een Nederlander wat een traditie is en een goeie kans dat het antwoord luidt: ‘Iets dat je aan de kant zet.’
Doorbreker van tradities’ – dat zie ik op een Nederlandse gedenksteen staan, maar ‘handhaver’? – nee.
Maar die eerbied voor traditie heeft dus ook zijn paradoxale kanten. Als je als Franse boer met je tijd mee kon gaan, zouden hun kinderen misschien minder snel naar de stad vluchten. En als je de tijd dan stil wilt zetten, op welk punt? Waarom dáár? Was de cultuur toen ‘beter? ‘Zuiver’? Maar als je de tijd door had laten aan, wat was er dan ontstaan? Hoeveel tradities zijn door tradities verijdeld?

Reacties

Laat een bericht achter