Modder uit goud

Geplaatst op oktober 25, 2007 | Gearchiveerd onder Geen categorie | Reageer

Als het op televisie over Turks Fruit van Jan Wolkers gaat tonen ze bijna altijd het moment dat de Rutger Hauer met Monique van de Ven achterop de fiets tussen de auto’s door over de Dam slingert. Op de achtergrond fluit Toots Tielmans het overbekende themaatje. Grappige scène, vooral door Hauers speelse improvisatie met het niet geregisseerde autoverkeer. Als er iets meer tijd is komt een van de sexscenes in het atelier ook nog aan de beurt, maar wat je zelden terugziet is de confrontatie van ‘Jan’ met Olga als ze net aan haar hersentumor is geopereerd.

Olga is niet helemaal goed meer in het hoofd, is de boodschap die hier moet worden overgebracht, iets dat wat meer acteerkunde vergt dan over de Dam fietsen of neuken, meer dan Verhoeven bij elkaar heeft weten te sprokkelen in elk geval, zodat het wel een deerniswekkende scène wordt, maar vooral door het beroerde spel. Paul Verhoeven kan uitstekende films maken, maar acteursregie is nooit zijn forte geworden. Zeker toen hadden Nederlandse regisseurs de neiging om te denken dat drama pas drama is als er in koeienletters DRAMA op staat. In een Nederlandse speelfilm eindigt een béétje cafégesprek met een klap in het gezicht en iemand die wegrent. De achterblijvende partij roept vervolgens nog iets tegen de dichte deur.

Bij de tweede verfilming van een roman van Jan Wolkers, Terug Naar Oegstgeest, was het eerder andersom. Theo van Gogh maakte geen al te beste films, maar aan zijn spelregie heeft het niet gelegen. Dat is wat ´Terug´ nog een beetje pruimbaar maakte, het acteerwerk, plus de mooie cinematografie, voor het overige zijn de planken van het vertrouwde Hollandse hout gezaagd en bovendien nogal chaotisch aan elkaar getimmerd. Dat Wolkers deze film ‘briljant’ noemde was erg lief van hem, en begrijpelijk als je bedenkt dat hijzelf meeschreef aan het script en de bioscopen bij een kritisch oordeel van de auteur helemáál leeg zouden blijven, maar de waarheid was het niet.

Ik heb nog in die film gefigureerd. Dat moest van Van Gogh, en een vriend weiger je zoiets niet. Ik was een van de gekken in het gesticht waar kleine Jan langsloopt op weg naar school. De patiënten worden gelucht en scharrelen in hun gestreepte pakken door de tuin – ik werd geacht potsierlijk te gesticuleren met een sigaar en ´Paturain, da´s pas fain!´te roepen.
‘Maar Theo, die commercial bestond toch nog niet in 1938?’ zei ik.
‘Jij begrijpt niets van film!’ riep Van Gogh, ‘doe maar gewoon wat ik zeg!’

Uiteindelijk werd het geluid weggeknipt, terwijl de jonge Wolkers zich door het hek aan een wellustige gekkin vergaapt loop ik onverstaanbaar op de achtergrond te oreren, zoals het in werkelijkheid ongeveer zou zijn gegaan, en zoals de regisseur uiteindelijk ook inzag dat het moest. Zo is er op die set nog heel wat meer balorige onzin opgenomen die uiteindelijk weer werd weggegooid, dus dat het misging tussen van Gogh en de producent heeft mij nooit verbaasd. Dat het de schuld van die producent was dat ‘Terug’ flopte, zoals Van Gogh altijd beweerd heeft, is totale onzin, met name aan de tweede helft van die film is geen touw vast te knopen, en hoe je het ook wendt of keert, bij het bereiken van een groot publiek is dat toch een handicap.
Hij doet ook geen recht aan Wolkers’ werk, waarvan helderheid misschien wel de grootste kwaliteit is. Helderheid en de afwezigheid van effectbejag. Oorvijgen of slaande deuren had Wolkers niet nodig om je nekhaar overeind of je keel dicht te krijgen. Wolkers gaf soms aanstoot bij het vertellen van een verhaal, Van Gogh vertelde soms een verhaal bij het geven van aanstoot.

Het mooist in het werk van Wolkers vind ik de rake eenvoud van zijn beelden. Een met onkruid overwoekerde tuin: een groene branding.
Alfabet Van der Heijden vergeleek het veelvuldig overgeschilderde lofwerk op een gipsen plafond eens met een besneeuwde tuin, een beeld dat me altijd weer te binnen schiet als ik zo’n plafond zie. Zo zal ik ook altijd aan Wolkers denken als ik naar een nachtelijke sterrenhemel kijk. ‘De lucht is staalblauw en bezaaid met heldere sterren, alsof er gaten in het donkere papier van de hemel geprikt zijn.’ (Een Roos Van Vlees – over rake beelden gesproken). Beelden zo sterk dat ze ook omgekeerd werken. Een stuk donker papier waarin gaten geprikt zijn lijkt op een sterrenhemel, een roos van vlees is net een vagina.
Jan Wolkers was een druïde, een alchemist. Hij maakte goud uit modder en modder uit goud.

Reacties

Laat een bericht achter