Binnekijken bij…

Geplaatst op februari 11, 2008 | Gearchiveerd onder Geen categorie | Reageer

Weg met die ‘drempels’. Culturele instituten moeten voortaan ook per skateboard toegankelijk zijn.

mtvcribs-artspecial1.gif
Laatst waren wij een weekend in Antwerpen en bezochten toen het Rubenshuis. Dat had ik al eens gedaan, lang geleden, onder begeleiding van mijn ouders, en deze keer vervulde ik de rol van culturele opvoeder zelf. Het Rubenshuis is onlangs na een renovatie heropend, waarbij het woonhuis dat een museum werd weer tot het woonhuis van weleer gemaakt is, althans een beetje, want de oorspronkelijke bewoner is zoals bekend dood, er brandt electrisch licht en er lopen duizenden mensen per dag doorheen, het oor gekluisterd aan een soort zeepdoosradio die in tien talen toelichting verstrekt. Maar enfin, waren er voordien vrijwel alleen schilderijen van Rubens te zien, nu is ook een deel van zijn huisraad tentoongesteld, om een indruk te geven van hoe het er uitzag toen de familie Rubens er woonde. Voor iemand die het Rubenshuis in zijn oude gedaante al kende voegt zo’n renovatie iets toe, maar wat betekent het voor een nieuwkomer? Die leert niet zozeer Rubens kennen, als wel de biotoop waarvan Rubens het middelpunt vormde. Of moeten we zeggen ‘onderdeel’? Rubens wordt van zijn kunsthistorische sokkel gehaald en tussen de mensen geplaatst, als huisvader, grootburger, rusteloze woninginrichter en verzamelaar van bric a brac. Die, o ja, ook nog geniale schilderijen maakte. Datzelfde weekend brachten we ook een bezoek aan het Diamant-museum in Antwerpen. De standaard-expositie daar is een plichtmatige mix van historische topjuwelen voor mams en de meisjes en geologische wetenswaardigheden voor paps en de jongens. Om het verhaal van de diamant toegankelijker, laagdrempeliger en jeugdvriendelijker te maken was en een thema-tentoonstelling ingericht genaamd ‘Bling-Bling – de kroonjuwelen van de hiphop.’ Hoera, eindelijk een hippe angle om iets met diamanten te doen. Ik wilde die met duizend briljanten bezette halswekkers van Snoop Dog en P. Diddy wel eens zien, maar die waren er natuurlijk niet; we moesten ons behelpen met wat foto’s, een videodocu en een met stras beplakte fiets. Maar net als in het Rubenshuis was het er behoorlijk druk.Ik probeerde me voor te stellen hoe het voor de kenners van de diamantcultuur of het werk van Rubens moest zijn om in deze gepimpte musea rond te lopen. Uitsluitend de overbekende succesnummers, opgeleukt met geinige maar weinig relevante props.

Het is een trend in de kunstgeschiedenis. ‘Verhalen’ is het nieuwe zoemwoord in de museumwereld. Er is niet één verhaal, er zijn een heleboel verhalen. Er is niet één kunstgeschiedenis, het Gesamtkunstwerk van talloze historici die ieder een stukje van de puzzel hebben aangedragen, zoals duizenden mieren gezamenlijk een perfect gevormde mierenhoop bouwen, nee, het is allemaal veel subjectiever, een kwestie van ‘gezichtpunt’, een kwestie van ‘waarden’, ‘belangen’ en – ja, pas op – ‘ideologie.’ Dus weg met dat ene superverhaal, want er zijn zovéél verhalen.

‘Die Rubens was ook gewoon een sucker die soms last had met poepen, of zo, weet je?’

(Binnenkort wordt ook de wc van het Rubenshuis opengesteld).

Zo maak je musea ‘toegankelijker’, of, nog zo’n eigentijds zoemwoord, ‘laagdrempeliger’. De jury van de Libris-prijs voor 2007 is kennelijk ook van mening dat de literatuur te hoogdrempelig is en heeft zojuist een stripboek op de longlist gezet. Weg met al die ‘drempels’, alle culturele instituten moeten voortaan ook per skateboard toegankelijk zijn.

Conservatoren en museumdirecteuren die zo te werk gaan zitten in de lift. Een uitgesproken voorvechter van deze aanpak werd vorige week tot directeur van het Rijksmuseum benoemd. Zijn naam is Wim Pijbes, hij maakte naam als directeur van de Rotterdamse Kunsthal, waar hij exposities organiseerde over Playboy-fotografie, honderd jaar korfbal (‘Gemengd Douchen’) en, op dit moment, de massaproductie in de schilderkunst in de Gouden Eeuw. ‘Respectabel Populisme’ noemt Pijbes zijn benadering, waarvoor hij de blauwdruk al schetste in zijn afstudeerscriptie ‘De Kunst Aan Heel Het Volk.’

Niemand maakt zich graag impopulair door te roepen dat kunst helemaal niet laagdrempelig hóeft te zijn, omdat het nu eenmaal iets anders is dan gezondheidszorg of openbaar vervoer, en het ís natuurlijk ook een nobel streven om de massa te willen verheffen, maar niemand stelt ooit de mogelijke schaduwzijde van deze trend aan de orde: de echte kenners, de ware liefhebbers, de vorsers en de fijnproevers, waar moeten díe straks naar toe? Als de zalen gevuld zijn met kijkers die met geinige bijzaken en grappige dwarsverbandjes gelokt zijn, als het museum voortdurend tegen je aanbabbelt met een nieuw ‘verhaal’, kom je dan nog wel toe aan jouw eigen verhaal over Rubens, Rembrandt of Rothko? Als Het Volk straks door populisten als Pijbes inderdaad met succes naar de musea gelokt is, waar moet de kunst-elite dan heen? Krijgen we na privé-klinieken en privé-scholen straks ook privé-musea?

Reacties

Laat een bericht achter