O’Cain, McBama

Geplaatst op november 4, 2008 | Gearchiveerd onder Geen categorie | Reageer

votingbooths.gif

Begin vorig jaar schreef ik in Trouw twee columns over de Impliciete Associatie Test, een op de Harvard Universiteit ontwikkelde methode om te achterhalen wat mensen werkelijk denken over een gevoelig onderwerp, in vergelijking met wat ze erover zeggen.Wat mensen zeggen is in de praktijk doorgaans van meer belang dan wat ze diep in hun hart misschien vinden, maar er zijn situaties waarin die discrepantie relevant wordt, bijvoorbeeld als mensen hun innerlijke stem ongehinderd kunnen volgen. Als ze van de buitenwereld zijn afgeschermd, bijvoorbeeld. Dat is de situatie waarin naar schatting 141.647.783 Amerikanen zich morgen bevinden: in een stemhokje. Afgeschermd van de buitenwereld, zonder priemende ogen, zonder sociale druk. Wat in dit geval natuurlijk een belangrijke invloed zou kunnen hebben, aangezien bij deze verkiezingen ras in het spel is. Het idee achter de test is dat zo’n onbewust vooroordeel invloed heeft op de snelheid waarmee je dingen met elkaar associeert. Als het je meer moeite kost foto’s van zwarte gezichten in verband te brengen met positieve begrippen dan foto’s van blanke, zou dat kunnen wijzen op een (relatieve) afkeer van zwarten. Ik deed toen twee IAT’s: één over alcoholgebruik, een over racisme. In het geval van alcoholgebruik moet je positieve en negatieve begrippen aan alcoholische en alcoholvrije drankjes koppelen. Hoewel ik regelmatig drink, bleek ik geen negatief vooroordeel ten aanzien van frisdrank te koesteren. Ook op een impliciete rassenvoorkeur wist de AIT mij niet te betrappen. Dat zegt naar mijn idee overigens niet zoveel, wat er gemeten wordt is tijd, hoe lang duurt het voor je een glas wijn koppelt aan het woord ‘haat’, hoe veel tijd verstrijkt voor je een zwart gezicht paart aan ‘succes’. Iemand met een sterk reactievermogen kan eventuele impliciete associaties dus beter maskeren dan een trager persoon.Project Implicit heeft onlangs een speciale test opgesteld voor de Amerikaanse  presidentsverkiezingenEerst wordt getest met anonieme zwarte en blanke gezichten, vervolgens met portretten van McCain en Obama. Voor je begint wordt vastgesteld hoe je bewuste voorkeuren liggen. Ik vulde in: geen voorkeur tussen zwart en blank (sinds die eerste IAT-test is dat officieel), positieve gevoelens voor beiden als mens, zij het een tikje meer voor Obama, en een duidelijke voorkeur voor Obama als kandidaat.‘Your data suggest no difference in your automatic preferences for White people vs. Black people’ luidde uitslag 1. Mooi, sinds begin vorig jaar ik ben niet racistischer geworden. Maar toen uitslag 2: ‘Your data also suggests a moderate automatic preference for John McCain over Barack Obama.’ Ik ben dus niet racistisch, en tóch heb ik liever een blanke president.Stel dat ik Amerikaan was: wat zou ik morgen dan moeten doen? Zou mijn vinger in het hokje verkrampt boven de twee knoppen blijven zweven, trillend als een wichelroede?‘Hallo meneer, heeft u hulp nodig?’‘Ja! Nee! Ik bedoel: ik bén voor Obama, maar volgens Harvard wil ik eígenlijk McCain!’Ik hoef niet naar dat hokje. Al die ‘stemmen’ van ons en anderen in het buitenland zijn stemverklaringen, dat is het verschil. Maar dat geldt voor de Amerikaanse polls dus ook. Als de onbewuste ambivalentie die de IAT-test bij mij onthult, morgen ook de echte stemmers parten speelt, zou de uitslag wel eens verrassend kunnen zijn.

Reacties

Laat een bericht achter