De Onderbuik Bestaat Niet

Geplaatst op maart 23, 2010 | Gearchiveerd onder The Semidaily Kuitenbrouwser | 1 Reactie

deonderbuik.jpgOnlangs is NOVA gestopt met het discussieforum op haar website. Het was een ‘zelfcorrigerend platform’, maar die naam beloofde meer dan hij waarmaakte, want het platform corrigeerde zichzelf niet. Sterker, het ontwikkelde zich tot ‘een open riool voor allerlei onderbuikgevoelens,’ zoals NOVA-chef Carel Kuyl het formuleerde.

De onderbuik – daar heb je ‘m weer.

Wat is dat toch eigenlijk? De onderbuik, onderbuikgevoelens, onderbuikgeluiden – het is de gangbare aanduiding geworden voor, ja, voor wat eigenlijk?

Onderbuikgeluiden zijn in elk geval rechts – ik heb Geert Wilders Femke Halsema nog nooit horen beschuldigen dat zij ‘inspeelt op de onderbuikgevoelens van de linkse elite van Amsterdam Zuid.’ De onderbuikgevoelens van de grachtengordel bestaan niet. De elite heeft geen gevoelens, de elite heeft meningen, opvattingen, ideeën, pas als je afzakt langs de sociale ladder, maken die plaats voor ‘onderbuikgeluiden’.

Wat is het verschil? Wat het meest opvalt is dat ‘onderbuikgeluiden’ over het algemeen emotioneler zijn dan zoals weldenkende mensen over politiek spreken. Vandaar ook er vaak wordt gesproken over ‘onderbuikgevoelens‘ – zie dat citaat van Carel Kuyl.

Vreemd – de geijkte locatie voor het gevoelsleven is het hart, tenzij die gevoelens niet oké zijn, dan verhuizen ze naar de onderbuik? Edele gevoelens komen uit het hart, kwalijke uit het darmstelsel of de geslachtsorganen? Ook die metafoor van het hart als zetel der emoties is trouwens archaïsch, zoals we inmiddels weten heeft de pomp die onze bloedomloop gaande houdt niets met ons gevoelsleven te maken. Emoties doen het hart sneller kloppen, stuwen de bloeddruk op, daar komt die metafoor vandaan, het Engels kent de term gutfeeling, een intuïtief weten, gezond verstand, ‘je voelt het aan je water’ hoorde vroeger nog wel eens, maar zoals wij nu weten is alles dat de mens kan uitdrukken, gevoelens, gedachten en wat daar nog tussenin mocht zitten, afkomstig uit het hoofd. Onderbuikgevoelens zijn net zoiets als rugemoties, of kniegedachten. Überhaupt, het klassieke onderscheid tussen hoofd en hart – ooit zullen mensen zich erover verbazen, zoals wij ons nu verwonderen over uitdrukkingen ontleend aan de zeilvaart of het turfsteken.

‘Onderbuikgevoelens’ heten niet zo omdat ze uit de onderbuik komen, maar omdat het gevoelens zijn. Politiek filosofen, van Plato tot Hobbes, hebben altijd beweerd dat democratie geworteld is in de rede en dat emoties in de politiek niets te zoeken hebben. De keuze tussen partijen of kandidaten is een welbewuste afweging van pro’s en contra’s, een sociaal contract, afgesloten tussen rationeel denkende partijen.

In The Political Brain geeft de Amerikaanse psycholoog Drew Westen een schets van hoe een willekeurige Amerikaanse kiezer, een 52-jarige mijnwerker uit Pensylvania, volgens dat procedé tijdens de verkiezingscampagne van 2000, tussen Al Gore en George Bush, zijn keuze had moeten maken. Eerst moet hij een lijst maken van relevante issues, dan moet hij bepalen wat elke issue voor hem weegt, vervolgens moet hij de beide standpunten per issue waarderen, die getallen moet hij met elkaar vermenigvuldigen en dan de scores met elkaar vergelijken. De kandidaat met het hoogste eindcijfer krijgt zijn stem. (Stemwijzers werken ook ongeveer zo). Er zíjn mensen die op de manier beslissingen nemen, zegt Westen, sterker, ze staan beschreven in neurologische literatuur, namelijk als mensen met een beschadiging aan de frontaalkwab die gedachten en gevoelens verbindt. Dat zijn mensen die een half uur hardop nadenken over de datum voor hun volgende afspraak bij de tandarts, omdat het emotionele signaaltje ‘dit loont de moeite niet’ uitblijft. Ze blijven steken in een repeterende breuk die ieder ander al lang had afgerond. Drew Westens mijnwerker kwam uit op een score van +41 voor Gore en -39 voor Bush. Toch stemde hij Bush. Op een of andere manier woog de belofte van Bush – geen zoenende mannen op de trappen van het stadhuis van San Francisco – voor hem toch zwaarder dan de belofte van Gore – geen mijnrampen meer in Pensylvania. Rationeel? Nee. En zo werkt de politiek dus ook niet, betoogt Westen. ‘In politics, when reason and emotion collide, emotion invariably wins’, stelt hij. De ratio als slaaf van het gevoel.

Hoewel die recente ontdekkingen over de ware rol van emoties in ons brein als een belangrijke eyeopener worden gezien – Drew Westens boek is een bestseller, onderzoekers die zich ermee bezig houden zijn veelgevraagde sprekers (in Nederland de psycholoog Ab Dijksterhuis) – is er in feite weinig nieuws onder de zon. De achttiende-eeuwse verlichtingsfilosoof David Hume schreef al: ‘Reason is and ought only to be the slave of the passions’ en volgens zijn antieke voorganger Cicero was het de taak van de redenaar om zijn toehoorder ‘gunstig voor zich te stemmen’ zodat hij ‘meer door opwellingen en emoties wordt beheerst dan een weloverwogen oordeel.’

(Oeps!)

Om een of andere reden hebben progressieve politici altijd veel meer moeite met dit idee gehad dan conservatieve. Misschien omdat het socialisme wortelt in een wetenschappelijke analyse, en wellicht is dat ook de reden dat het op papier beter werkt dan in de praktijk, juist omdát die analyse geen rekening hield met emoties.

Links wil mensen verheffen (daar heb je de laag-hoog-metafoor weer), optillen uit het moeras van de ‘onderbuik’, naar de hogere, nobele sferen van de ratio: het hoofd. Terwijl die simpele tweedeling steeds meer een misvatting blijkt te zijn.

De Amerikaanse Republikeinen doen al jaren onbeschroomd hun voordeel met dit inzicht. Al Gore bestookte Bush met cijfers en percentages en statistieken over de gezondheidszorg, Bush maakte hem belachelijk als ‘the guy who invented the calculator’ en de mijnwerker in Pensylvania koos voor Bush in plaats van Gore. John Kerry had een waslijst aan sterke argumenten waarom Bush als president gefaald had en wist hem in het debat vaak moeiteloos af te troeven – Bush zei alleen maar keer op keer op keer op keer op keer op keer op keer op keer op keer op keer op keer op keer op keer op keer op keer op keer op keer op keer op keer op keer … dat Kerry een draaier was. Een ‘flipflopper’. De afdeling black ops van de GOP bracht nog even verhaal in omloop dat Kerry’s status als oorlogsheld op leugens gebaseerd was (opnieuw: emotie) en een intelligente, welbespraakte, degelijke, rijke, gematigd-liberale Democratische kandidaat verloor de verkiezingen van de slechtste president uit de Amerikaanse geschiedenis.

En dat Wouter Bos in 2006 geen premier zou worden hadden ook maar weinig mensen gedacht, maar Balkenende versloeg hem met zijn beroemde aantijging ‘u draait en u bent niet eerlijk’. Opnieuw: emotie.

Het is de vraag of links zichzelf een dienst heeft bewezen met het frame van de onderbuik. Het schijnbare voordeel is dat je op ‘onderbuikgeluiden’ niet in hoeft te gaan. Een afscheiding uit ‘onderbuik’, daar ga je niet op in, daar stap je met dichtgeknepen neus overheen. Maar in een frame sluit je niet alleen je tegenstander op, ook jezelf.  Met de onderbuik-metafoor heeft links zichzelf ook de mogelijkheid ontnomen om op emotionele, populistische geluiden in te gaan. Ze zijn immers onrein, wie zoiets aanraakt wordt zelf ook onrein. Door een ‘foute’ mening te kwalificeren als onderbuikgeluid neem je de spreker niet alleen niet serieus, je denigreert hem ook. Wat hij vindt of zegt of roept is geen valide mening, maar een vorm van indigestie, iets onsmakelijks waar we allemaal wel eens last van hebben maar liever niet over praten. Populisten als Geert Wilders kunnen daar alleen maar hun voordeel mee doen.

Onder-buik-geluiden, noemen ze dat! Ja, u hoort het goed! Als mensen zoals u en ik, hardwerkende Nederlanders, die niet in de grachtengordel wonen maar in een gewoon huis, in een gewone straat, als die hun menig geven, dan trekken de Femkes en de Wouters en de Ella’s en de Eberhards hun neus op en zeggen: heeft er soms iemand een wind gelaten? Ja, zó denkt de progressieve elite over u!’

Er zou al heel wat gewonnen zijn als weldenkend Nederland dat ‘onderbuik’ zou laten vallen en voortaan gewoon zou spreken van ‘gevoelens.’ Om vervolgens op die gevoelens een antwoord te verzinnen. Wat – voor alle duidelijkheid – iets anders is dan ze beamen.

Reacties

Eén reacties to “De Onderbuik Bestaat Niet”

  1. Paul van Weegen on maart 24th, 2010 14:01

    Aardig stukje.
    U hebt het door! De meeste andere mensen helaas niet.
    Iedereen – links of rechts – zou hier iets van kunnen leren.

    M.v.g.

Laat een bericht achter