De cruise als kapseizend cultuurgoed

Geplaatst op januari 23, 2012 | Gearchiveerd onder NRC HANDELSBLAD, The Semidaily Kuitenbrouwser | 2 Reacties

Zoals de Leviathan daar ligt, met opengereten flanken, lijkt hij wel een peul, de gescheurde peul van de plagen die ons teisteren. Een meervoudig monument voor onze ontaardingen, een requiem van ijdelheden. La vanita umana, zoals de Italiaanse kranten schreven. Daar ligt hij.

Eindelijk een kadaver. De economie implodeert, triljoenen gingen in rook op, maar het waren raadselachtige cijfertjes, onderin beeld. Lange rijen nullen, tollend om hun as. Er was niets te zíen. Een ramp zonder brokstukken. Het oog had geen houvast. Banken vielen om, en toch bleven ze staan. Was er wel echt iets aan de hand, of is het  allemaal maar in the mind? Daarom zijn de media zo blij met die bronzen stier op Wall Street, die je vanuit honderd hoeken kunt fotograferen, al naargelang de stemming. Zodat we beeld hebben.

Gebiologeerd kijken we naar de foto’s, naar Google Earth, naar de radarkaarten en de geanimeerde koersreconstructies. Nu hebben we een lijk. Het bederf heeft de tastbare werkelijkheid bereikt. We gaan eraan!

Daar ligt hij: Leviathan, de mythische zeereus. De menigte in één lichaam, zoals Hobbes schreef. De sterflijke god. Een metafoor van 115000 ton.

Een ironischer eeuwfeest voor de ondergang van de Titanic is nauwelijks denkbaar. De uit staal gewrochte hoogmoed, de hubris der onzinkbaarheid. Nooit meer schipbreuk. We have the technology. De Titanic heeft zijn kleinzoon.

Wat zich toen in het zwarte ijswater van de North Atlantic afspeelde, herhaalt zich, maar nu bij zonsondergang, op de Middellandse zee, dat lauwwarme, toeristenvriendelijke pierebaadje, waar je niets kan gebeuren. Niet met een statige oceaanstomer voor de upper ten, maar met een stampende partyboot voor de bevoorrechte massa. Met aan het roer een karikatuur, een kapitein die zich Merill Stubing liet noemen, naar de gezagvoeder van de Love Boat.

Er wordt al gezocht naar een ‘jonge Moldavische blondine’ genaamd Domnica Cemortan, die op de avond van de ramp drinkend en lachend in zijn gezelschap was, ook op de brug. Als het land wordt geleid door een tycoon met een spraytan, getransplanteerd haar en een gebleekte grijns, een civiele dictator die huwelijkstrouw schaterend afdoet als de ambitie van watjes en homo’s, dan heeft een Italiaanse cruisekapitein zijn rolmodel gevonden. Italië mag zich dan wel van Berlusconi hebben ontdaan, maar van de Berlusconi inside is het land nog niet af. Van Francesco –Stubing– Schettino wordt gezegd dat hij de Concordia bestuurde als een Ferrari. Een beetje wat Silvio met het land deed. Bunga-bunga! – het is maar een van de metaforen waar deze dode Leviathan zich voor leent. Al moeten we Berlusconi nageven dat hij wel tot het bittere einde op de brug bleef, ook nadat hij Italië aan de grond gezet had.

Ook de achtergrond van het incident is veelzeggend. ‘A bow’ heet het in nautisch Engels, of een ‘sail past’, het schip brengt een eresaluut aan een gewaardeerde mogendheid aan wal. Maar het was geen vorst of reder, deze keer, het waren de ouders van de hofmeester, Antonello Tievoli, woonachtig op het eilandje Giglio. ‘Het koskmaatje’ schreven diverse media verbijsterd, maar zo zit het niet. Een hofmeester is meer dan een kok, hij is, zoals het in functieomschrijvingen heet, ‘verantwoordelijk voor het welbevinden van alle opvarenden.’ Op een schip met 4000 mensen aan boord die 24/7 gevoederd en vermaakt moeten worden, is dat veruit de machtigste baan.  Hofmeesters van cruiseschepen zijn niet zelden de best betaalde officier aan boord.

Voor hem deed Schettino het, die sail past. Tot negentig meter naderde hij het eilandje, hij drong zelfs het afgezette zwemgebied binnen. Op een steenworp van tot waar de boeg reikte, tegen de rotswand, staat het huis van Tivolie’s ouders. Ze stonden voor het raam en zwaaiden. Zijn zus Patrizia zat achter de computer. I’m signalling to them. I wonder if they can see me, schreef ze op Facebook. Patrizia nam het in de media direct voor haar broer op: He didn’t ask for anything. He’s just a seaman, not one of the ship’s commanders. Nee, ‘God’ is een betere omschrijving.

Schettino doet het vaker, zo’n stunt, blijkt nu. De burgemeester van Giglio schreef hem vorig jaar een mailtje om hem te bedanken en aan te moedigen  het vaker te doen. De toeristen op zijn eiland vinden het prachtig. Het was geen collegiaal gebaar, het was entertainment. Business.

De markt voor cruises groeit met ruim zeven procent per jaar, al sinds begin jaren negentig. Kredietcrisis: geen merkbaar effect. Volgend jaar zullen 20 miljoen mensen een cruise maken, dit jaar kwamen er wereldwijd zeven schepen van het formaat Concordia bij en voor 2014 staan er nog eens acht op stapel, met een totale capaciteit van 25000 bedden. Een business van 50 miljard dollar per jaar.

Cruise – veel ouderen doen het alleen al voor dat woord. Ja, een cruise ….. Peperduur nietsdoen, een geldverslindend dolce far niente. Het is de combinatie die de koloniën zo aantrekkelijk maakte: het comfort en de hygiëne van thuis en het onbeperkte dienstbetoon der inlanders. Onnodig ergens heen varen en dan weer terug. Kan het decadenter?

En dat voor nog geen honderd euro per nacht, inclusief vlucht.

‘Cruiseships are becoming the Greyhound of the seas,’ schrijft Dinesh d’Souza in The Virtue of Prosperity. Tom Wolfe vertelde een jaar of tien geleden in een interview hoe lang hij had moeten wachten tot zijn loodgieter een klus kwam doen, omdat hij met zijn derde vrouw op een cruise naar St. Kitts was. De cruise als zinkend cultuurgoed (no pun intended). Iedereen lid van de leisure class, met geleend geld. Monopoliegeld.

Bewegen hoeft niet, dat doet de accommodatie, een oneindige verzameling restaurants, bars, theaters, bioscopen, nachtclubs, casino’s, disco’s, zwembaden, spa’s en fitnesscentra. Het enige dat ontbreekt is een sexclub, maar Thaise masseuses die voor een paar euro over je rug lopen zijn er ook.

De folder: ‘A temple of fun that will amaze you.’

Een gast: ‘Buffetten om middernacht, toetjes zien er prachtig uit, smaken allemaal hetzelfde.’

Het interieur is van een haast angstaanjagende smakeloosheid, een Disneyeske nachtmerrie van klatergoud en kitsch, een Rai Uno-show die nooit ophoudt. Zelfs de klassieke muziek wordt elektrisch versterkt, overal is lawaai, permanent. Behalve in de ‘bibliotheek’, waar nooit iemand is.  ‘Wel erg druk,’ schrijven passagiers op internet, alsof ze de cijfers – 290 meter lang, 36 meter breed en 4800 opvarenden – nooit goed tot zich hebben laten doordringen. Het surrogaat zit ‘m in de schaal.

Na een week is het weer voorbij. Stofzuigen, fourageren, diesel tanken en alles is klaar voor de volgende vijfduizend ‘unieke ervaringen’. Zo stampt deze intensieve consumentenhouderij de Middellandse Zee rond. Gemiddelde leeftijd: rond de vijftig. Een belangrijk deel van die vijftig miljard is pensioengeld. Ook dat verklaart onze fascinatie voor dat wrak: het zou ons pensioen wel eens kunnen zijn, dat daar ligt. Het wordt pyjamadagen in het verpleegtehuis of kapseizen op een cruiseschip.

De democratisering van de uitzonderlijkheid, ook daarvoor is dit megawrak een grimmig monument. Glamour als must. Stardom als recht. Wie vraagt er nog gewoon bij een kopje thee zijn aanstaande ten huwelijk? Nee, dat moet bungelend onder een helikopter of op het podium van Carré. Of live op tv, tijdens het weerbericht. Gewoon drie keer de scheepshoorn blazen voor de ouders van Antonella, neh, dat is niks. Nee, let op, we gaan met die hele fokking zeereus dat baaitje in – uniek! Lachen!

Als die sail past nu nog ter ere van een passagier geweest was, zou het verhaal nog enig cachet hebben: voor onze gasten gaat geen zee te hoog (sic), maar zo is het niet. Een veelgehoorde klacht van passagiers op internet is dat de officieren ze niet zien staan en dat de tender loving care vooral van hutstewards en tafelboys moet komen, Fillipino’s, die drie- of vierhonderd dollar per maand verdienen, elke dag waterige soep krijgen en alles doen voor een fooi. Ze worden cash betaald, hebben vaak duizenden dollars in hun hut, of gestald in de kluis van de scheepskapelaan – allemaal weg nu.

In de film Inside Job, een indringende reconstructie van de kredietcrisis, maakt grootbelegger George Soros een vergelijking met de scheepsbouw: verdeel een financieel systeem in waterdichte compartimenten, zodat bij een lek niet meteen het hele schip vergaat. Tja, het is precies die vinding die de Titanic ‘onzinkbaar’ maakte. Soros stelt de financiële industrie een constructie ten voorbeeld, die in de scheepsbouw zelf, honderd jaar na zijn uitvinding, nog steeds niet betrouwbaar blijkt.

Ook dát ligt daar bij Giglio op de rotsen: het neoliberale fictiedenken dat ons ook de krediet- en de eurocrisis bracht. Die zogenaamd onzinkbare bubble die door een ongeziene ijsberg toch scheurde en met ontelbare miljarden naar de kelder ging.

‘Die rots stond niet op de kaart!’ zei Schettino eerst nog, als een bankier tijdens een hoorzitting op Capitol Hill. Even hoop je zelfs dat het waar is, dat er een freak rock in het spel is, die als verzachtende omstandigheid kan dienen, maar Schettino kletste maar wat, net als de mannen van Lehmann en Goldman Sachs: de rots steekt duidelijk boven het water uit. Hij heeft zelfs een naam.

Credit default swaps, de Costa Concordia: het zijn verdienmodellen, spreadsheets, systemen die op papier werken, maar niet voorzien in de morele krachten die ze op een kritiek moment bij elkaar moeten houden: beroepseer, solidariteit, discipline. Deugden die verder gaan dan louter ‘prudentia’, zoals de econome Deirdre McCLoskey het formuleert.

Onderaan de piramide regeert het lijfsbehoud van de paria’s die zich voor peanuts uit de naad werken en zich bij onraad zonder scrupules uit de voeten maken, aan de top heerst de criminele egomanie van een gezagvoerder met een Berlusconi-complex – dronken, stoned, allebei, wie zal het zeggen – die zich bij onraad óók zonder scrupules uit de voeten maakt.

Het laatst geborgen slachtoffer (op maandag 23 januari, red.), een vrouw, werd gevonden op het aangewezen verzamelpunt voor noodgevallen, ze had haar jas aan, een zwemvest om en een koffer bij zich. Zo iemand die denkt: ‘et staat in de veiligheidinstructie. Ik kan wel naar eigen inzicht gaan proberen weg te komen, maar als iedereen dat doet wordt het een chaos. Die regels zijn er niets voor niets. Ze komen me wel halen.’ Ach, ja, das war einmal.

Daar ligt hij, de Leviathan, hij beweegt nog wat, maar de dood is ingetreden. Berg de doden, pomp hem leeg en laat hem liggen. Als herinnering. Maar laten we hem wel eren. Door te eten in zijn buik, bijvoorbeeld. Misschien wil hofmeester Tievoli er een restaurant in beginnen. Ja, en dan die Moldavische blondine in de bediening.

Reacties

2 Reacties to “De cruise als kapseizend cultuurgoed”

  1. Louis Weltens on januari 29th, 2012 10:00

    Heer Kuitenbrouwer!
    Wat een geweldig verhaal hebt u geschreven, gesmuld heb ik ervan.
    De Costa als metafoor voor de ondergang van het Avondland, wat een geslaagd beeld.
    Ik heb het uitgeknipt voor mijn map Bijzondere Verhalen.
    Dank voor het leesplezier dat u me hebt bezorgd.
    Ik kijk uit naar uw volgende verhaal.
    Hartelijke groet,

    Louis Weltens
    ‘s-Gravenzande

  2. admin on februari 1st, 2012 15:55

    Geachte Lezer

    En ik bewaar uw woorden in mijn map Bijzondere Reacties.
    gr
    JK

Laat een bericht achter