Liefde of oorlog

Geplaatst op november 24, 2014 | Gearchiveerd onder NRC HANDELSBLAD, The Semidaily Kuitenbrouwser | Reageer

The Matrix Of Amnesia, John Isaacs, 1997.

Het is niet mijn gewoonte om als ik wakker word de televisie aan te zetten, maar die ochtend deed ik het. Een man en een vrouw met beursberichten- RTLZ. Ze kregen een stuk papier aangereikt en op hetzelfde moment verscheen onderin beeld een brede, felrode band. ‘CINEAST VAN GOGH VERMOORD.’
Sliep ik nog? Ik stond op, keek in de badkamer in de spiegel en liep terug. Nog steeds die dikke rode scroll. De nieuwslezers moesten improviseren. ‘Kende jij hem eigenlijk?’ vroeg de man.
‘Nou, inderdaad,’ zei de vrouw, en ze begon een anekdote te vertellen, waarbij in de tweede of derde zin mijn naam viel. Zij had iets meegemaakt met Theo, en mij. Toen herkende ik haar.

Zoals veel vriendschappen begon het met onafscheidelijkheid, tot we ons herinnerden dat we ook nog partners hadden. Veel nachtbraken, veel middelen, verboden en toegestane, veel discussie, veel avontuur. Gouden tijden. Het ging mis toen hij iets publiceerde, in Vrij Nederland, dat ik hem in vertrouwen verteld had. Ik kwam zelf niet in het verhaal voor, maar het was schadelijk voor mijn werkgever, een concurrent van VN. Ik eiste een excuus, hij weigerde. Hij erkende dat hij het niet had moeten doen, dat hij mijn vertrouwen beschaamd had, maar excuses , daar deed hij niet aan. Zo’n conflict is oplosbaar, je plakt een pleister, de wond heelt, en op een dag kan de pleister er weer af. Maar voor Theo was het of Liefde of Oorlog. En nu was het Oorlog. Het regende laster en hoon. In columns, interviews, waar hij maar kon.

Dat was een jaar of twee gaande toen ik op een ochtend stond te pinnen, bij het Koningsplein in Amsterdam. Het was winter, er lag half gesmolten, opnieuw bevroren sneeuw. Ik hoorde zijn onmiskenbare countertenor. ‘ALS JE EEN KIND KRIJGT, PAS OP JE VROUWTJE!’ Hij stond op de brug over de Herengracht, zeker honderd meter verderop, met zijn fiets, zijn toen ongeveer 1-jarige zoontje in een zitje voorop. Ik verstond hem niet, bracht een hand naar mijn oor, en hij herhaalde het, tot twee keer toe. ‘ALS JE EEN KIND KRIJGT, PAS OP JE VROUWTJE!’ Voorbijgangers hielden in.

Over de ijsplakkaten glibberde hij naar me toe. Hij had gehoord dat ik vader zou worden. Zijn eigen relatie had de komst van een kind niet overleefd. We maakten een afspraak.

Alles werd besproken. Uitgepraat, dacht ik. We zeiden de vreselijkste dingen tegen elkaar. Na een café, een restaurant, een ander café en een shoarmatent streken we neer in een schemerige nachtkroeg, waar we – moe van ons eigen melodrama – in gesprek raakten met twee studentes. Om een uur of vier werden we buiten gezet. De studentes wilden naar huis en wij mochten niet mee. We keken ze na terwijl ze Spuistraat uit fietsten. Een van hen zou als nieuwslezeres bij RTLZ terecht komen, en elf jaar later Theo’s dood bekendmaken.

Hij woonde toen tijdelijk in het appartement van Martin Bril, die in het buitenland zat. Daar eindigden we – nog meer drank, nog meer sigaretten, nog meer emotionele discussie. Vervolgens vielen we in slaap, op de bank, naast elkaar, in een halve omhelzing. De pleister was eraf, we zouden weer vrienden zijn.

Ik ging op reis en na een week had ik een verbouwereerd familielid aan de lijn. Theo, in de Panorama of zo’n soort blaadje. Zelfs mijn onberispelijke schoonvader moest het nu ontgelden!

De verzoening was mislukt. Kennelijk had hij zich bedacht.

Bij een archiefopruiming, een aantal jaren later, legde ik de knipsels bij elkaar: 148 hatelijke mentions. Zelf kon ik het ook niet laten af en toe, eerlijk is eerlijk. Toen hij de 150 vol maakte stuurde ik hem een kaartje met felicitaties. Mijn score was 13. Hij had gewonnen. Die kaart was een afbeelding van de sculptuur The Matrix of Amnesia van John Isaacs, een dikke naakte man zonder hoofd, liggend op straat.

Toen die fatale ochtend kwam, tien jaar geleden, had Theo van Gogh alleen nog mensen om zich heen die te dom waren om hem tegen te spreken. Of te slim. Ik zat daar ergens tussenin, denk ik.

Reacties

Laat een bericht achter